Franchisekosten
Kasboek 3 min lezen

Wasserij · Hoeveel verkoopruimte verdwijnt door een nieuwe inkoopprijs?

Reken één opdracht terug vanaf het moment waarop de klant wil afrekenen. In dit dossier ga je een partij bedrijfskleding wassen en terugleveren. Op de weegbon met stukregistratie zoek je de eenheid die bij de verkoopprijs hoort en de uitgaven die met die eenheid meebewegen. In de twee uitgewerkte mogelijkheden kom je voor benodigde verkopen na een stijging van de directe uitgave uit op 58 en 59. Het verschil is terug te voeren op één keuze in de proef.

Een metalen sleutelbos op een houten tafel in zacht licht.
Kasboek Filip Szalbot · Unsplash
Inkoopwaarde van de omzet in twee Nederlandse CBS-groepen. Onderzoeksgroep ‘9601 Wasserijen’, referentiegroep ‘9603 Uitvaartbranche’.
VerslagjaarOnderzoeksgroep · mln €Onderzoeksgroep · aandeelReferentiegroep · aandeel
201711213,95%42,49%
20219310,88%39,88%
202314212,79%38,37%
202414712,78%36,7%

CBS 81156NED. De eurokolom toont de gekozen post voor de eerste branche. Voor elk aandeel is dezelfde post gedeeld door de totale bedrijfsopbrengsten van de bijbehorende CBS-groep. De bedragen zijn nominaal.

Werk de rekenproef uit

Persoonlijk werkblad

Een duurdere bestelling terugrekenen naar de klant

Uitgangspunten en bedragen zijn voorbeelden, exclusief btw. De CBS-cijfers in het artikel staan los van deze proef.

Alle directe variabele uitgaven in dit voorbeeld worden 8% hoger. De verkoopprijs blijft gelijk. Arbeid en vaste lasten zijn nog te dekken.

58 eenheden houden bij gelijkblijvende verkoopprijs de oude totale bijdrage overeind.

Uitwerking van de rekenproef
Directe uitgaven per eenheid€ 55
Bij 8% hogere uitgaven€ 59,4
Verschil voor 56 verkopen€ 246,4
Benodigde eenheden tegen oude prijs58
Uitgangspunten en uitwerking van scenario B

Het oorspronkelijke bedrag was gebaseerd op een grotere aflevereenheid. De ondernemer vraagt voor de vergelijking om een kleinere order die per stuk meer kost.

Vast rekenvoorbeeld B
Directe uitgaven per eenheid€ 62,7
Bij 8% hogere uitgaven€ 67,72
Verschil voor 56 verkopen€ 280,9
Benodigde eenheden tegen oude prijs59
01

De eerste vraag aan de werktafel

Vergelijk twee offertes inclusief levereenheid. Een hogere doosprijs kan samengaan met meer inhoud of minder breuk, waardoor de uitgave per geleverde eenheid verandert. Gaat een partij die opnieuw door het proces moet twee keer door de gewichtstelling?

Neem voor een inkoopvergelijking per bruikbare eenheid ook de post energieverbruik mee. Bij ‘9601 Wasserijen’ is die tweede landelijke post in 2024 53 miljoen euro, of 4,61% van de bedrijfsopbrengsten. Bij ‘9603 Uitvaartbranche’ beslaat dezelfde post 1,9%. Die twee percentages zeggen niets over de staat van de industriële droger, maar maken zichtbaar waarom je naast inkoopwaarde ook deze tweede post in de eigen administratie wilt opzoeken.

02

Een duurdere bestelling terugrekenen naar de klant

Reken eerst met 56 verkopen tegen € 205. Bij een directe uitgave van € 55 ontstaat samen € 8.400 bijdrage vóór arbeid en vaste lasten. Voor de inkoopproef gaat de directe uitgave vervolgens nog acht procent omhoog en blijft de klantprijs staan. Deel de oorspronkelijke totale bijdrage door de bijdrage per eenheid in de duurdere situatie. Het vereiste aantal wordt naar boven afgerond, omdat een fractie geen voltooide order is.

Het oorspronkelijke bedrag was gebaseerd op een grotere aflevereenheid. De ondernemer vraagt voor de vergelijking om een kleinere order die per stuk meer kost. In de proef verandert uitsluitend de directe uitgave per eenheid van € 55 naar € 62,7. De tweede invoer is een gekozen alternatief voor de bespreking. De gekozen maatstaf is ‘benodigde verkopen na een stijging van de directe uitgave’. Je leest eerst 58 en daarna 59. De tweede berekening komt 1 hoger uit. Neem beide uitkomsten op in een inkoopvergelijking per bruikbare eenheid. Toets de veranderde aanname met een recente leveranciersfactuur voor dezelfde eenheid. Gebruik de weegbon met stukregistratie om de bijbehorende opdracht daadwerkelijk terug te vinden.

03

Inkoopwaarde van de omzet volgens het CBS

Begin met de kolom inkoopwaarde van de omzet van ‘9601 Wasserijen’. In 2023 stond daar 142 miljoen euro en in 2024 147 miljoen. Het nominale bedrag veranderde met 5 miljoen. Deel je dezelfde bedragen door alle bedrijfsopbrengsten van hun eigen jaar, dan krijg je 12,79% en 12,78%. Die tweede berekening is nodig om branchegroei en het relatieve gewicht van de gekozen post uit elkaar te houden.

Door de bedragen van 2017 tot en met 2024 voor de 8 gemeenschappelijke waarnemingen op te tellen krijg je voor ‘9601 Wasserijen’ een gewogen aandeel van 12,92%. In dit gemiddelde wegen jaren met hoge opbrengsten zwaarder mee. Voor ‘9603 Uitvaartbranche’ komt alleen het laatste jaar op 36,7%. Vergelijk voor een momentopname dat laatste cijfer met 12,78% van de eerste branche in hetzelfde jaar. Voor een uitspraak over ontwikkeling heb je meer dan twee momentopnamen nodig.

04

Een inkoopvergelijking per bruikbare eenheid

Schrijf in een inkoopvergelijking per bruikbare eenheid welke eenheid jij voor deze handeling gebruikt. Voorkom dat je hetzelfde bedrag eerst aan de opdracht ‘een partij bedrijfskleding wassen en terugleveren’ en daarna opnieuw aan algemene uitgaven toerekent. Controleer de post aan de hand van de weegbon met stukregistratie. Schuift het bedrag bij een volgende order niet mee, onderzoek dan of je een periodieke uitgave bij de variabele bedragen hebt gezet.

Vragen voor het vervolg

  • Gaat een partij die opnieuw door het proces moet twee keer door de gewichtstelling?
  • Wat vul je voor tijd en geld in als jij zelf de opdracht ‘een partij bedrijfskleding wassen en terugleveren’ gaat uitvoeren?
  • Wat moet je bij de weegbon met stukregistratie kunnen aantonen om een inkoopvergelijking per bruikbare eenheid af te ronden?

Bronnen

Franchisekosten

Reken mijn kostenpost door

Vertel waar je staat met een inkoopvergelijking per bruikbare eenheid. Met een geanonimiseerd voorbeeld van de weegbon met stukregistratie kunnen we de vraag over wasserij concreet maken.