| Verslagjaar | Onderzoeksgroep · mln € | Onderzoeksgroep · aandeel | Referentiegroep · aandeel |
|---|---|---|---|
| 2017 | 2.218 | 62,83% | 26,39% |
| 2021 | 3.133 | 62,42% | 43,3% |
| 2023 | 3.136 | 62,45% | 46,04% |
| 2024 | 3.095 | 61,89% | 47,49% |
CBS 81156NED. De eurokolom toont de gekozen post voor de eerste branche. Voor elk aandeel is dezelfde post gedeeld door de totale bedrijfsopbrengsten van de bijbehorende CBS-groep. De bedragen zijn nominaal.
Werk de rekenproef uit
Persoonlijk werkblad
Een duurdere bestelling terugrekenen naar de klant
Uitgangspunten en bedragen zijn voorbeelden, exclusief btw. De CBS-cijfers in het artikel staan los van deze proef.
Alle directe variabele uitgaven in dit voorbeeld worden 8% hoger. De verkoopprijs blijft gelijk. Arbeid en vaste lasten zijn nog te dekken.
17 eenheden houden bij gelijkblijvende verkoopprijs de oude totale bijdrage overeind.
| Directe uitgaven per eenheid | € 805 |
|---|---|
| Bij 8% hogere uitgaven | € 869,4 |
| Verschil voor 14 verkopen | € 901,6 |
| Benodigde eenheden tegen oude prijs | 17 |
Uitgangspunten en uitwerking van scenario B
Het oorspronkelijke bedrag was gebaseerd op een grotere aflevereenheid. De ondernemer vraagt voor de vergelijking om een kleinere order die per stuk meer kost.
| Directe uitgaven per eenheid | € 917,7 |
|---|---|
| Bij 8% hogere uitgaven | € 991,12 |
| Verschil voor 14 verkopen | € 1.027,82 |
| Benodigde eenheden tegen oude prijs | 18 |
De eerste vraag aan de werktafel
Vergelijk twee offertes inclusief levereenheid. Een hogere doosprijs kan samengaan met meer inhoud of minder breuk, waardoor de uitgave per geleverde eenheid verandert. Is het exemplaar uit de showroom als nieuw geleverd of apart afgewaardeerd?
Neem voor een inkoopvergelijking per bruikbare eenheid ook de post energieverbruik mee. Bij ‘4647 Groothandel in woninginrichting’ is die tweede landelijke post in 2024 19 miljoen euro, of 0,38% van de bedrijfsopbrengsten. Bij ‘521 Opslag’ beslaat dezelfde post 1,96%. Die twee percentages zeggen niets over de staat van de stapelaar, maar maken zichtbaar waarom je naast inkoopwaarde ook deze tweede post in de eigen administratie wilt opzoeken.
Een duurdere bestelling terugrekenen naar de klant
Reken eerst met 14 verkopen tegen € 1.320. Bij een directe uitgave van € 805 ontstaat samen € 7.210 bijdrage vóór arbeid en vaste lasten. Voor de inkoopproef gaat de directe uitgave vervolgens nog acht procent omhoog en blijft de klantprijs staan. Deel de oorspronkelijke totale bijdrage door de bijdrage per eenheid in de duurdere situatie. Het vereiste aantal wordt naar boven afgerond, omdat een fractie geen voltooide order is.
Het oorspronkelijke bedrag was gebaseerd op een grotere aflevereenheid. De ondernemer vraagt voor de vergelijking om een kleinere order die per stuk meer kost. In de proef verandert uitsluitend de directe uitgave per eenheid van € 805 naar € 917,7. De tweede invoer is een gekozen alternatief voor de bespreking. De gekozen maatstaf is ‘benodigde verkopen na een stijging van de directe uitgave’. Je leest eerst 17 en daarna 18. De tweede berekening komt 1 hoger uit. Neem beide uitkomsten op in een inkoopvergelijking per bruikbare eenheid. Toets de veranderde aanname met een recente leveranciersfactuur voor dezelfde eenheid. Gebruik de leverstaat met beschadigingen om de bijbehorende opdracht daadwerkelijk terug te vinden.
Inkoopwaarde van de omzet volgens het CBS
Begin met de kolom inkoopwaarde van de omzet van ‘4647 Groothandel in woninginrichting’. In 2023 stond daar 3.136 miljoen euro en in 2024 3.095 miljoen. Het nominale bedrag veranderde met -41 miljoen. Deel je dezelfde bedragen door alle bedrijfsopbrengsten van hun eigen jaar, dan krijg je 62,45% en 61,89%. Die tweede berekening is nodig om branchegroei en het relatieve gewicht van de gekozen post uit elkaar te houden.
Door de bedragen van 2017 tot en met 2024 voor de 8 gemeenschappelijke waarnemingen op te tellen krijg je voor ‘4647 Groothandel in woninginrichting’ een gewogen aandeel van 63,01%. In dit gemiddelde wegen jaren met hoge opbrengsten zwaarder mee. Voor ‘521 Opslag’ komt alleen het laatste jaar op 47,49%. Vergelijk voor een momentopname dat laatste cijfer met 61,89% van de eerste branche in hetzelfde jaar. Voor een uitspraak over ontwikkeling heb je meer dan twee momentopnamen nodig.
Een inkoopvergelijking per bruikbare eenheid
Schrijf in een inkoopvergelijking per bruikbare eenheid welke eenheid jij voor deze handeling gebruikt. Voorkom dat je hetzelfde bedrag eerst aan de opdracht ‘een partij stoelen afleveren bij een winkel’ en daarna opnieuw aan algemene uitgaven toerekent. Controleer de post aan de hand van de leverstaat met beschadigingen. Schuift het bedrag bij een volgende order niet mee, onderzoek dan of je een periodieke uitgave bij de variabele bedragen hebt gezet.
Vragen voor het vervolg
- Is het exemplaar uit de showroom als nieuw geleverd of apart afgewaardeerd?
- Wat vul je voor tijd en geld in als jij zelf de opdracht ‘een partij stoelen afleveren bij een winkel’ gaat uitvoeren?
- Wat moet je bij de leverstaat met beschadigingen kunnen aantonen om een inkoopvergelijking per bruikbare eenheid af te ronden?
Bronnen
Reken mijn kostenpost door
Vertel waar je staat met een inkoopvergelijking per bruikbare eenheid. Met een geanonimiseerd voorbeeld van de leverstaat met beschadigingen kunnen we de vraag over interieurgroothandel concreet maken.
